Even terug nu naar Fonior. E.W. Pelgrims de Bigard zal in de muziekbusiness stappen door in 1928 een
grammofoonplatenzaak te openen in Brussel: La Maison Bleue. In 1929 richt hij de NV Fonior op, begint vanaf 1932 te
importeren, bekomt in 1934 de exclusieve verdeelrechten van de cataloog van de Britse Decca en opent een jaar later
een opnamestudio in Brussel. Er komt nog een complete perserij, inclusief galvano-uitrusting bij, Fabeldis
(Fabrication Belge de Disques) geheten, zodat alle stadia van het productieproces worden gecontroleerd (inclusief
een hoezendrukkerij). La Maison Bleue zal trouwens uitgebreid worden tot een winkelketen met 21 verkooppunten en
vanaf 1950 tot rack jobbing op meer dan 250 verkooppunten. Fonior heeft halfweg de jaren vijftig perserconcurrent
Discopress (perserij van de firma Victory) en in 1969 Sobedi (perserij van Olympia) opgekocht en ze samen met
Fabeldis verenigd in Sobelpress ('So' van Sobedi, 'bel' van Fabeldis en 'press' van Discopress). Daarmee zijn de
oudste grammofoonplatenpersers van België ondergebracht onder één dak. Fonior zal overigens ook de met de perserijen
verbonden belangrijke labels van het eerste uur in handen krijgen: Victory (dhr. Braunstein) en Olympia (F.
Janssens, die ook een perserij heeft). Fonior heeft vier studio's gehad (een grote op de Koolmijnkaai, een kleine in
Jette, een van Philips overgekochte en een aan het Brusselse Centraal Station. Voor de anekdote: Decca-promotieman
Roland Uyttendaele zal Ivan Heylen ontdekken. Uyttendaele zal opduiken in het verhaal rond de firma Paradiso. En Al
Van Dam heeft jarenlang (1962-1975) producer gespeeld bij Decca-Fonior (en er zijn vrouw Rina Pia, eerder onder
contract bij Barclay, geïntroduceerd).
In het begin van de jaren zeventig vormt Fonior de kern van de International Pelgrim Group (IPG) die in 1974
Discotrade en in 1975 Laboratoire Galvanoplastic opkoopt. IPG is een kleine holding geworden met 81,5% van de
aandelen in Maison Bleue en 11,5% in Sobelpress, dat op dat ogenblik 60 tot 80% van de in België aangemaakte
grammofoonplaten perst. IPG heeft ook 10% in de Franse firma Areacem, die meer dan een vierde van de Franse
productie perst, onder meer als Safrason. Fabeldis construeert en verkoopt zelf persen. Bovendien controleert IPG de
Nederlandse platenfirma Dureco (Dutch Recording Co). Alle Dureco-activiteiten in de Benelux worden namelijk
gecontroleerd door de Belgische holdingmaatschappij Cidomega waarin Xavier Pelgrims de Bigard de grootste
aandeelhouder is. Na het faillissement van Fonior richt Dureco-Nederland opnieuw een bijhuis op in België. Dureco
zal trouwens overleven als apart label op de Belgische markt. Dureco presenteert zich begin 1997 als 'the major
independent', verdeeld door Music Net en richt het Zaika-label opgericht voor singer-songwriters (zoals Philip
Robrechts en Rocco Granata). Eerder had Dureco al de labels Tatto (rock & blues) en Acid Jazz het leven in geroepen.
Aan het hoofd van Dureco staat Arthur Praet.
In 1978 koopt Sobelpress nog Fonopers op. Fonopers is opgericht door dhr. De Keyzer die, wegens een geschil over de
vestigingsplaats van de gravure-uitrusting, Foon, de grammofoonplatenperserij aan zijn mede-initiatiefnemers laat.
Fonopers is in 1973 al door Rocco Granata overgenomen. Foon blijft bedrijvig als mastering-firma later ook voor
CD-pre-mastering, het laatste naast Digipro, Inter Service Press, Sonare. Terloops, enkele andere kleinere bedrijven
zullen zich als grammofoonplatenpersers presenteren: Fonoplatencentrale Harry's van S. Verbeeck te Heist-op-den-Berg
en NTT (Nieuwrode ToonTechniek) van Paul Smit. Die is trouwens zowel in grammofoonplatenperserij als in de
persconstructie bedrijvig, zelfs op internationaal niveau.
In 1980 is Fonior, waar onder meer De Strangers, Willem Vermandere en Wim De Craene onderdak hebben gevonden,
failliet: een te gepersonaliseerde leiding, conjuncturele moeilijkheden, een sociaal conflict in de perserij die zou
gerobottiseerd worden, het faillissement van de Decca-groep (overgenomen door PolyGram), de geslotenheid van de
Franse markt voor Engelstalige producten ... plaatsen de familie Pelgrims de Bigard voor financiële moeilijkheden.
De firma wordt ontmanteld en Dureco koopt de resten van de firma. Sobelpress wordt overgenomen door Elpeco/Druco,
dat gecontroleerd wordt door de grootwarenhuisketen Colruyt. In de eerste helft van de jaren tachtig realiseert
Elpeco 70 % van de Belgische producties. De muziekuitgeverkant van Fonior gaat naar Hans Kuster. De kleine
opnamestudio van Fonior in Jette wordt opgekocht door Adamo.
Dureco zal de eerste cd-perserij in Nederland installeren in augustus 1987, enkele maanden voor Inter Service Press
(NTT) in België hetzelfde doet. Later koopt Dureco ook een cd-perserij in Frankrijk van LorDisque. Half 1989 koopt
Cidomega bovendien de Noorse cd-fabriek, EGVA CD en doopt ze om tot Dureco Norge. In 1998 fusioneert het
Oostenrijkse Koch met het Nederlandse Dureco tot KdG, met aan het hoofd de Franse gedelegeerd bestuurder
Pierre-Antoine Berthold, sinds 1989 cd-perser.